
Vogel · Kust & Noordzee
Platalea leucorodia
● IUCN: Niet bedreigd · beschermd
Een sneeuwwitte vogel die met zijn snavel als een maaier door het ondiepe water zwaait, heen en weer, heen en weer. Die snavel loopt uit in een platte lepel: daar dankt de lepelaar zijn naam aan. Ooit bijna verdwenen, nu weer een vertrouwd gezicht in de kustnatuur.
| Leefgebied | Ondiep water, slikken, kwelders en zoete moerassen |
| Lengte | 80–93 cm, spanwijdte tot 1,35 m |
| Gewicht | Ongeveer 1,1–2 kg |
Kaart I van IV
Ecologisch paspoort
| Herkenning | Helemaal wit, lange zwarte snavel met een platte, geelgepunte lepel; in de broedtijd een kuif en een geelbruine borstband; vliegt met gestrekte hals |
| Verwar niet met | De zilverreiger, die een spitse snavel heeft en met ingetrokken hals vliegt |
| Voedsel | Kleine visjes, garnalen en andere kreeftachtigen, insectenlarven |
Waar vind je ze?
| België | Van voorjaar tot nazomer in kustnatuur zoals het Zwin en de IJzermonding, en in de polders |
| Nederland | Grote broedkolonies op de Waddeneilanden en in het Deltagebied |
| Tip | Kijk bij laagwater rond geulen en plassen: lepelaars foerageren vaak in groepjes |
Wist je dat de lepelaar op de tast jaagt? Zodra iets de gevoelige binnenkant van de lepel raakt, klapt de snavel razendsnel dicht. Daardoor kan hij ook in troebel water en ’s nachts voedsel vinden.
Kaart II van IV
Gedrag & seizoenen
Lepelaars broeden in kolonies, op de grond in duinvalleien en kwelders of in struiken en lage bomen. Ze vliegen soms tientallen kilometers tussen hun nest en hun foerageergebied. In de nazomer vertrekken de meeste vogels naar het zuiden: een deel overwintert in Frankrijk en Spanje, veel trekken door tot in West-Afrika, naar de Banc d’Arguin in Mauritanië en de delta’s van Senegal. Steeds meer lepelaars blijven in zachte winters echter in onze streken.
| Maart – april | Terugkeer naar de broedkolonies |
| April – juli | Broeden; 3–4 eieren, de jongen vliegen uit na ±7 weken |
| Augustus – oktober | Trek naar het zuiden |
| Winter | Zuid-Europa en West-Afrika; een klein aantal blijft hier |
Kaart III van IV
Rol in het ecosysteem
De lepelaar is afhankelijk van ondiep, voedselrijk water met veel kleine visjes en garnalen. Daarmee is hij een goede graadmeter voor gezonde kwelders, slikken en moerassen. In de jaren zestig stortte de Nederlandse populatie in tot ongeveer 150 paren, vooral door landbouwgif dat zich via het voedsel in de vogels ophoopte. Na het verbod op die stoffen en dankzij natuurherstel groeide de populatie weer uit tot duizenden paren.
Wat helpt? Rust in de broedkolonies, schoon en ondiep water, en bescherming van de overwinteringsgebieden in West-Afrika. Een lepelaar heeft twee ‘thuislanden’ nodig.
Kaart IV van IV
Verhalen & cultuur
De lepelaar speelde een rol bij het ontstaan van natuurbescherming in Nederland. Het Naardermeer, met een van de laatste lepelaarskolonies van het land, zou rond 1900 worden drooggelegd en als vuilstortplaats voor Amsterdam dienen. Natuurliefhebbers kochten het meer in 1906 en richtten daarvoor Natuurmonumenten op. Zo werd het Naardermeer het eerste particuliere natuurreservaat van Nederland.
Veelgestelde vragen
Vragen over de lepelaar
Waar zie je lepelaars in België?
Van het voorjaar tot de nazomer in kustnatuur zoals het Zwin en de IJzermonding, en in natte poldergebieden.
Waarom heeft de lepelaar zo’n vreemde snavel?
Met de platte lepel maait hij door het water en voelt hij prooi. Raakt een visje of garnaal de binnenkant, dan klapt de snavel direct dicht.
Waar overwinteren lepelaars?
Vooral in Frankrijk, Spanje en West-Afrika, onder meer in Mauritanië en Senegal. Een klein aantal blijft in zachte winters in de Lage Landen.
Leefgebied · België




