
Reptiel · Venen & heide
Vipera berus
● IUCN: Niet bedreigd · in België en Nederland bedreigd en beschermd
De enige giftige slang van de Lage Landen, en tegelijk een van de schuwste. Een adder hoor je eerder wegglijden dan dat je hem ziet. Op een zonnige voorjaarsochtend ligt hij soms opgerold tussen de heide, op te warmen voor de dag begint.
| Leefgebied | Heide, hoogveen, venranden en open plekken in bos |
| Lengte | Meestal 50–65 cm |
| Gewicht | Ongeveer 50–150 gram |
Kaart I van IV
Ecologisch paspoort
| Herkenning | Gedrongen slang met een donkere zigzagband over de rug, vaak een V- of X-tekening op de kop en een verticale pupil; mannetjes grijs met zwart, vrouwtjes bruin; soms helemaal zwart |
| Verwar niet met | De ringslang (gele halsvlekken, geen zigzag) en de hazelworm (een pootloze hagedis, glad en glanzend) |
| Voedsel | Muizen, jonge vogels, hagedissen en kikkers |
Waar vind je ze?
| België | Zeldzaam: vooral in de Kempen en op enkele plekken in de Hoge Venen en de Ardennen |
| Nederland | Op grotere heide- en veengebieden in Drenthe, Friesland, de Veluwe en Twente |
| Tip | Kijk op zonnige, windstille voorjaarsochtenden langs de randen van heidepaden, en houd altijd afstand |
Veilig kijken. Adders bijten alleen als ze in het nauw zitten of worden aangeraakt. Raak een adder nooit aan, blijf op de paden en draag dichte schoenen. Gebeten? Blijf rustig, houd het lichaamsdeel stil en zoek direct medische hulp.
Kaart II van IV
Gedrag & seizoenen
De adder is een koudbloedig dier en leeft op het ritme van de zon. Na de winterslaap komen de mannetjes als eerste tevoorschijn en zonnen ze dicht bij hun overwinteringsplek. In april vervellen ze en houden ze hun beroemde ‘adderdans’: twee mannetjes die zich oprichten en om elkaar heen kronkelen om te bepalen wie met het vrouwtje mag paren. Adders leggen geen eieren: de jongen worden eind zomer levend geboren.
| Maart – april | Einde winterslaap; zonnen bij de overwinteringsplek |
| April – mei | Vervelling, adderdans en paring |
| Augustus – september | Geboorte van 5–15 jongen, elk ±17 cm |
| Oktober – maart | Winterslaap in een hol of tussen boomwortels |
Kaart III van IV
Rol in het ecosysteem
Als jager op muizen helpt de adder knaagdierpopulaties in toom te houden, en zelf is hij prooi voor buizerds, reigers, vossen en wilde zwijnen. De adder heeft een heel specifieke leefomgeving nodig: zonnige plekken om op te warmen, dichte begroeiing om te schuilen en vorstvrije holen om te overwinteren, allemaal dicht bij elkaar. Omdat adders zich nauwelijks verplaatsen, raken populaties gemakkelijk geïsoleerd als heidegebieden versnipperen.
Wat helpt? Gevarieerd heidebeheer in kleine stukken in plaats van grote vlakken in één keer te maaien of te branden, verbindingen tussen heidegebieden en rust rond de overwinteringsplekken in het vroege voorjaar.
Kaart IV van IV
Verhalen & cultuur
Het woord ‘adder’ heeft een opvallende geschiedenis. Vroeger heette het dier een nadder. Doordat ‘een nadder’ in de spreektaal werd gehoord als ‘een adder’, verdween de n, zowel in het Nederlands als in het Engels. Hetzelfde gebeurde in het Engels met apron (schort), dat ooit napron was. Ondanks zijn slechte naam is de adder in veel volksverhalen ook een beschermer van huis en haard.
Veelgestelde vragen
Vragen over de adder
Is een adder gevaarlijk?
Een beet is pijnlijk en kan ernstige zwelling en klachten geven, maar is voor gezonde volwassenen zelden levensbedreigend. Zoek na een beet altijd direct medische hulp, zeker bij kinderen, ouderen of honden.
Hoe herken je een adder?
Aan de donkere zigzagband over de rug, de gedrongen bouw en de verticale pupil. Een ringslang heeft gele halsvlekken en geen zigzag.
Waar leven adders in België?
Vooral op de heide en in de venen van de Kempen, en op enkele plekken in de Hoge Venen en de Ardennen. De soort is zeldzaam en beschermd.


